Er is een breed assortiment aan aquarium bodems op de markt, waardoor je af en toe door de bomen het bos niet meer ziet. Zandbodems, grindbodems, aquasoils, voedingsbodems, pH verlagende bodems, kleikorrels en dan ook nog in verschillende korrelgroottes en met specifieke eigenschappen. We zullen proberen hier wat duidelijkheid in te scheppen.

We zetten de belangrijkste soorten aquarium bodem op een rijtje.

Aquasoil (pH verlagende bodem)

Aquasoil is gemaakt van gebakken kleikorrels. Klei heeft een negatieve lading, waardoor het positief geladen ionen aantrekt — waaronder de voedingsstoffen die planten nodig hebben. Die worden opgeslagen in de korrel en langzaam afgegeven aan de plantenwortels. Tegelijk verlaagt aquasoil op een natuurlijke manier de pH en kH, wat voor de meeste aquariumplanten en garnalen ideaal is.

Nieuwe aquasoil is vooraf geladen met micro- en macronutriënten. In de eerste weken komen die in grote hoeveelheden vrij, dus plan extra waterwissels in. Je hoeft de soil trouwens niet te spoelen voor gebruik — gewoon erin en klaar.

Het grote nadeel: na verloop van tijd raakt de soil uitgeput. Reken op zo'n 2 jaar, daarna moet je meer vloeibare plantenvoeding gaan toevoegen of de bodem vervangen. Voor garnalenaquariums is aquasoil bijna onmisbaar — het creëert de wateromstandigheden waar Caridina en Neocaridina het beste in gedijen.

Populaire keuzes zijn de ADA Amazonia Soil v2 en de GlasGarten Environment Soil.

Aquarium grind

Kwartsgrind verandert niks aan de waterwaarden en geeft ook geen voeding af. Dat klinkt als een nadeel, maar het maakt grind juist flexibel en makkelijk in gebruik. Voor aquariums zonder veel planten is het prima. Wil je wél planten? Leg dan eerst een laag voedingsbodem neer en dek die af met 3 cm grind. De vuistregel is 2 cm voedingsbodem, 3 cm grind.

Grind is er in allerlei kleuren en korrelgroottes, dus qua uitstraling heb je veel te kiezen.

Zandbodem

Aquarium zand geeft een heel natuurlijk effect — ideaal als je een rivier- of biotoop-aquarium wil maken. Let wel op je plantenkeuze: een dichte zandbodem is niet voor alle soorten geschikt. En gebruik altijd speciaal aquarium zand, geen speel- of zandbakzand. Dat klinkt als een open deur, maar het gaat regelmatig mis.

Voedingsbodem

Een voedingsbodem gebruik je als onderste laag, onder grind of zand. Hij geeft voedingsstoffen af aan de plantenwortels zonder de waterwaarden te beïnvloeden. Handig als je de voordelen van een voedende bodem wil, maar liever geen aquasoil gebruikt.

Wat past bij mijn aquarium?

Dat hangt er vanaf. Voor een beplankt aquarium of een garnalenaquarium is een aquasoil vrijwel altijd de beste keuze. Wil je cichliden die graag graven, of wil je gewoon weinig gedoe? Dan is kwartsgrind of zand makkelijker. En als je planten wil zonder de pH te verlagen? Dan combineer je een voedingsbodem als onderlaag met grind of zand erop.

Hoeveel bodem heb ik nodig?

Een vuistregel is 5 centimeter dikte, met de bodem schuin oplopend naar achteren. Hoeveel kilo je nodig hebt bereken je zo:

(lengte × breedte × gewenste dikte in cm) ÷ 1000 = aantal kilo

Een aquarium van 40 × 30 cm met 5 cm bodem: (40 × 30 × 5) ÷ 1000 = 6 kilo. Het is een richtlijn, geen exacte wetenschap — maar je komt er mee weg.

Kom je er niet uit welke bodem het beste bij jouw situatie past? Neem gerust contact op, we denken graag met je mee.